Share on facebook
Facebook
Share on twitter
Twitter
Share on linkedin
LinkedIn
Share on whatsapp
WhatsApp
Share on email
Email

In de afgelopen maand trof ik namens enkele beleggers schikkingen met de effecteninstelling. Ook al vond ik dat de ‘klagers’ grotendeels gelijk hadden, was dit toch de beste oplossing. Nadeel van schikkingen is o.a. dat deze niet worden gepubliceerd. Een gerechtelijke uitspraak wordt dat wel. Ook uitspraken in een arbitragezaak bij het Klachteninstituut Financiële Dienstverlening worden gepubliceerd en genereren daarmee ook regelmatig publiciteit.

Dit geldt voor zaken die bij de Geschillencommissie aanhangig zijn gemaakt en indien het een belangwekkende uitspraak betreft, soms ook voor zaken die bij de Ombudsman dienden. Ter ‘lering ende vermaeck’ zal ik, geanonimiseerd, enkele punten uit één van de onderhavige cases naar voren brengen (in de komende periode volgen er meer), die voor u als lezer in het heden of de toekomst relevant kunnen zijn. Immers, iedereen kan onbedoeld in conflict komen met zijn effectendienstverlener.

Een mevrouw erfde in 2000 een portefeuille van haar moeder. Zij was geen belegger en liet de portefeuille daar waar deze al jaren liep. Ze koos er voor de portefeuille te laten beheren volgens een gematigd offensief profiel (norm: 65% aandelen en 35% obligaties). Zij keek nauwelijks naar haar portefeuille om. In 2005 tekende zij een nieuwe vermogensbeheerovereenkomst en beleggersprofiel. Na eerst de internetbubble in volle hevigheid over zich heen te hebben gehad, kwam daar in 2008 de kredietcrisis overheen. Toen zij begin 2009 de balans opmaakte, constateerde zij dat ze in 9 jaar circa 60% van het vermogen kwijt was. Afgezet tegen welke benchmark dan ook, een excessief slechte beleggingsprestatie.

De vermogensbeheerder gaf niet thuis. Deze stelde geen blaam te treffen, had naar eigen zeggen niets onoorbaars gedaan en was niet aansprakelijk voor beleggingsverliezen. Een nadere analyse leerde dat naast verkeerde beleggingskeuzes, waarvoor een vermogensbeheerder in de regel inderdaad niet aansprakelijk is, de beheerder in de periode 2002 t/m 2005 structureel buiten zijn mandaat had belegd. In de eerste helft van de periode werd niet in obligaties belegd. Wel werd op enkele procenten liquiditeiten na, volledig in aandelen belegd.

Dit was precies ten tijde van de internetcrisis. Oops…De beheerder moet zijn fout hebben geconstateerd, want in 2004 werd het beleid rigoureus omgegooid. Er werd nu juist veel minder dan het afgesproken minimum percentage in aandelen belegd en dus te zwaar in obligaties. Met andere woorden, in een dalende aandelenmarkt was teveel risico genomen met aandelen en in het daarop volgende herstel werd juist te defensief belegd, waardoor de belegger hier niet van profiteerde.

De klacht werd ingediend bij de Ombudsman van het KiFiD. Zoals gezegd, KiFiD kwam niet tot een uitspraak. De klacht werd na een schikking teruggetrokken. Waar zaten nu de sterke en zwakke punten voor beide partijen in dit geschil?

De effectendienstverlener beriep zich op 2 belangrijke feiten. Ten eerste was de belegger in al die jaren uitgebreid schriftelijk gerapporteerd over de portefeuille. In deze rapportages werd ook de asset allocatie uiteengezet (overigens niet hoe deze volgens de beheerovereenkomst zou moeten zijn geweest). Ten tweede, waarschijnlijk de belangrijkste troef, had de belegger te laat geklaagd. De feiten lagen te ver in het verleden. De beheerder had geen kans meer fouten te herstellen. Er werd een beroep gedaan op artikel 6:89 BW. De beheerder stelde dat de klacht niet ontvankelijk was.

Ondanks dat wel duidelijk was dat de beheerder buiten zijn mandaat had gehandeld en dat hierdoor schade was geleden, stond de belegger niet bijzonder sterk.

De dreiging van serieuze reputatieschade, immers de beleggingsresultaten waren zeer ondermaats geweest, noopte de beheerder toch tot oplossing in het geschil te komen.

De belangrijkste lessen hieruit voor u zijn:

–  als u een klacht hebt, uit deze tijdig. Tijdigheid hangt ook af van feiten en omstandigheden; een jaar kan soms al te laat zijn;

–  ook al lijkt een zaak juridisch ‘kansloos’, een coulanceschikking behoort altijd tot de mogelijkheden;

–  lees uw schriftelijke rapportages altijd kritisch door, heeft u hier vragen bij, stel deze dan ook direct;

– wees ‘argwanend’ als er zonder duidelijke reden een nieuw profiel of overeenkomst wordt opgemaakt.

Jos Leeser
www.blackswanconsultants.nl

Dit bericht delen
Share on facebook
Facebook
Share on twitter
Twitter
Share on linkedin
LinkedIn
Share on whatsapp
WhatsApp
Share on email
Email

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *