skip to Main Content

Met de VIX Short in de S&P500

De VIX (Volatility Index), is een index die naar ons inzicht nog te weinig gebruikt wordt. In een aantal artikelen zullen wij daarom op enkele mogelijkheden ingaan. In het onderhavige artikel laten wij een methode zien om van de stijging van de VIX gebruik te maken om short te gaan in de S&P500.

Definitie

Het Vladeracken Woordenboek geeft de volgende definitie van de VIX:

Implied Volatility Index, ook wel genoemd Fearindex. Een door de CBOE ontwikkelde index voor de volatiliteit. De verwachte volatiliteit wordt berekend uit een breed scala van gewogen uitoefenprijzen met als onderliggende waarde de S&P500. De periode waarover de index berekend wordt bedraagt 30 dagen. Sommigen zien de VIX als een voorspeller van de marktbeweging gedurende de komende maand op jaarbasis. Men vermenigvuldigt de VIX met de wortel uit 12 en de uitkomst zou de beweging voor de komende maand aangeven met een zekerheid van 68% (eenmaal de Standaarddeviatie).

Vele soorten VIXen zijn beschikbaar

Er zijn vele “ VIXen”. Wij noemen (naast de hierboven weergegeven definitie) de VXB, (Jumbo Volatility = 10 maal de VIX) de VXN (op de Nasdaq 100), de VXD (op de Dow Jones Industrials Average, DJIA) en de VXV (op de S&P500 maar berekend over een 3-maands periode). Verder zijn er vele VIXen op aandelen. Ook op de Eurostocks Indexen bestaat een grote variatie aan Volatiliteit Indexen. Op deze groep zullen wij later ingaan. In dit artikel zullen wij het hebben over de VIX en de VXN en de mogelijkheid om deze te gebruiken om short te gaan in de S&P500.

Het kenmerk van Volatiliteit Indexen is dat deze in tijden van sterk dalende beurskoersen een grote sprong omhoog maken. Het lijkt bijzonder aanlokkelijk om van deze forse sprongen gebruik te maken.

CBOE Volatility Index VXN

CBOE Volatility Index VXN

Figuur 1

Hierboven ziet u de VXN in de periode augustus 2008 – februari 2009. De grafiek begint met een koers voor de VXN van circa 20 en vliegt dan omhoog naar een top die boven 85 ligt. De S&P500 daalt in die tijd van circa 1.300 naar rondom 800.

Enkele kanttekeningen bij figuur 1

1. Het systeem dat wij gebruiken gaat uit van de relatie tussen de VIX (index op de S&P500) en de VXN (index op de Nasdaq 100). Wij hebben ooit voor deze combinatie gekozen omdat de VXN blijkbaar sneller is dan de VIX. Een duidelijke reden is daarvoor niet bekend, maar wij nemen aan dat dit samenhangt met het feit dat de VXN gekoppeld is aan een sector index is, terwijl de VIX aan een algemene index is verbonden. De VXN is voor ons leading. Dit had ook de VIX kunnen zijn maar het is onze ervaring dat het over het algemeen een beter resultaat geeft als men zich baseert op de VXN.

2. In de grafiek is er sprake van drie toppen. Meestal is er bij Volatiliteit Indexen sprake van meerdere toppen achter elkaar. Ongetwijfeld hangt dit samen met de extreme beweeglijkheid als de aandelenmarkt sterk daalt. Het duurt blijkbaar even alvorens er weer rust ontstaat in de ontwikkeling van de index.

3. Na een top is er een onmiddellijke en sterke terugval in de Volatiliteit index.

4. Er zijn ook lagere toppen (liever gezegd lage toppen) in de VXN. Zie bijvoorbeeld in de maand januari 2009.

5. De herkenning van een top is in dit systeem belangrijk. Wij gaan uit van een top als de voorgaande zowel als de volgende candle duidelijk lagere lichamen (bodies) en schaduwen (de dunne vertikale lijn die buiten het lichaam uitsteekt) hebben. Men hoeft de top pas achteraf vast te stellen want preferabel is het dat men op de ochtend na de top er uitgaat en niet op de dag zelf, waarop de Volatiliteit zijn top bereikt. De lange schaduw aan de bovenkant van de candle, die kenmerkend is voor toppen in Volatiliteit indexen is uiteraard uw beste herkenningspaal.

6. Er is nog een waarschuwing. Bij een blow-off in aandelenkoersen (of indexkoersen) is het normaal dat de beweeglijkheid ook toeneemt. De VIX gaat dus ook stijgen als een dergelijke blow-off zich zou voordoen bij de S&P500. En hij doet dat dan op een top van de S&P500. Het is duidelijk dat een top van de S&P500 geen aanleiding kan zijn om winst te nemen in de VIX. Integendeel, dat is het moment dat u een positie in de VIX moet hebben want de winst neemt men als de S&P500 een bodem zet (omdat die winst dan veel groter is).

Wij laten hieronder in figuur 2 opnieuw de grafiek van de VXN zien voor dezelfde periode als bovenstaand:

Systematiek

Volatility

Volatility

Figuur 2

Enkele kanttekeningen bij figuur 2

1. U ziet in figuur 2 dat wij een dubbel lijnenspel hebben aangebracht in de grafiek van de VXN. Het is een 40-daags Voortschrijdend Gemiddelde van de VXN zelf (de rode lijn) en hetzelfde gemiddelde maar dan 14 dagen verschoven (blauw). Een kruising van de rode door de blauwe opwaarts geeft een shortsignaal voor de S&P500. Het samenstel van gemiddeldes waarvoor wij gekozen hebben is uiteraard niet de enige mogelijkheid en wij willen ook niet beweren dat het de beste is. Wij denken dat vele gemiddeldes in vele combinaties mogelijk zijn.

2. Wij willen verhinderen dat wij in de valkuil vallen van bewegingen die geen sterke koersval in de S&P500 vertegenwoordigen (zie januari 2009 in Figuur 1). Derhalve stellen wij de eis dat de koers van de VXN zich tenminste met 30% verwijderd moet hebben van de rode lijn alvorens een shortsignaal voor de S&P500 gevolgd mag worden. Met deze restrictie, zo is ons gebleken, voorkomen wij veel verliesgevende transacties. Uiteraard is de 30% geen heilige wet. Wij kunnen ons voorstellen dat anderen met een ander percentage of een andere filter werken. Voor ons echter werkt de 30% eis uitstekend.

3. De volgende vraag is hoe we aan een exitsignaal komen. De gemiddelden gaan ons daarmede niet helpen want zij zijn veel te langzaam. U vindt onder de grafiek van de VXN nog een lijn. Het is het quotiënt van de VIX en de VXN. Als deze lijn (Custom line) geen nieuwe top zet als de VXN dat wel doet, dan betekent dat, dat we uit de markt moeten. In figuur 2 is dat op de tweede top. Bij deze tweede top zet de VXN een nieuwe top ten opzichte van zijn voorgaande maar onze “quotiëntlijn” slaagt daar niet meer in. De boodschap is dat wij moeten maken dat we wegkomen. Op de ochtend waarop we dit constateren liquideren we onze shortpositie in de S&P500.

4. Onderaan in figuur 2 vindt u ook nog een MACD (op de VXN). Let op dat deze bij de tweede top ook negatief divergeert. Wij gebruiken deze als een veiligheidsklep. Als hij negatief divergeert met de top en de “quotiëntlijn” doet dat niet, dan volgen wij het signaal dat de MACD geeft.

Resultaat

Met de bovenomschreven transactie maakten wij een winst van 298 punten (het was wel onze mooiste). Wij zaten 36 weekdagen in de markt.

Het komt voor, doordat het frequent is dat er meerdere toppen na elkaar komen in de VXN, dat een tweede shortsignaal gegeven wordt gedurende dezelfde periode van de gemiddelden. Wij gaan niet twee keer short in dezelfde periode. Wij stellen als eis dat beide gemiddeldes zich eerst gekruist moeten hebben (in feite dus tweemaal) alvorens van een nieuw shortsignaal gebruik gemaakt mag worden.

Ten behoeve van dit artikel hebben wij het systeem eens nagerekend over de laatste zes jaar. Wij deden 7 transacties. De totale winst was 578 punten. Er zaten enkele transacties onder die zeer weinig winst maakten (denk aan de 30% grens) maar er was geen enkele verliesgevende transactie. Gemiddeld hield iedere transactie ons 21 beursdagen in de markt.

Conclusie

De kunst is natuurlijk om voordeel te trekken uit problemen. Het bovenstaande geeft zulk een mogelijkheid. Het is bij lange na niet de enige mogelijkheid die er is. In volgende artikelen zullen wij op andere mogelijkheden ingaan. Op het einde van de serie zult u het met ons eens zijn dat de benaming Fear Index volledig de plank misslaat. Eerder moet men spreken van de Vreugde Index, mits men er maar gebruik van maakt.

Uiteraard is het niet moeilijk om een dergelijk systeem te automatiseren. Wij doen dat echter liever niet. Alhoewel dat in het bovenstaande geen bijdrage geleverd zou hebben, zijn wij in het algemeen van mening dat het persoonlijke en ervaren oog van de belegger een noodzakelijke voorwaarde is voor constant succesvol beleggen.

Gijsbrecht K. van Dommelen
Vladeracken Vermogensbeheer
www.vladeracken.nl

Disclaimer

De auteur is verantwoordelijk voor het beleggingsbeleid van Vladeracken BV, een vermogensbeheerder met vergunning van de AFM. Dit stuk is geen beleggingsadvies. Wie de hier besproken technieken volgt of wenst te volgen doet dat voor eigen rekening en risico. In dit kader wijzen de auteur en Vladeracken BV alle verantwoordelijkheid voor de inhoud van dit stuk van de hand.

DIT VINDT U MISSCHIEN OOK INTERESSANT

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *



Hoe kunnen we u helpen ?

Recente Artikelen

Abonneer u om updates te ontvangen!

Archieven


Back To Top
×Close search
Zoeken
LAAT ME U HELPEN