Tijdens de halfjaarlijkse jaarvergadering van het Internationaal Monetair Fonds (IMF) en de Wereldbank in Bangkok klonk deze week één groot toverwoord: ‘veerkracht’. Volgens de nieuwste World Economic Outlook heeft de wereldeconomie een ongekende reeks klappen doorstaan en groeit zij dit jaar met 3,1 procent en in 2027 zelfs met 3,4 procent. De bekende Britse econoom Michael Roberts (die ruim veertig jaar als econoom in de Londense financiële wereld werkte) prikt dwars door dit optimisme heen. Zijn conclusie: de wereld verwart langdurige stagnatie en een gevaarlijke AI-beurszeepbel met echte gezondheid.
Macro-profiel: Wereldeconomie & IMF-Vooruitzichten (Oktober 2026)
Het hoera-verhaal uit Bangkok: In minder dan zeven jaar tijd kreeg de wereldeconomie te maken met de pandemie, verstoorde handelsketens, de oorlogen in Oekraïne en het Midden-Oosten, hoge importtarieven en de scherpste renteverhogingen in bijna een halve eeuw. Dat een diepe recessie desondanks uitbleef, schrijft het IMF toe aan twee factoren: het flexibel omleiden van wereldwijde energiestromen én de enorme investeringsgolf in kunstmatige intelligentie (AI) die zowel de wereldhandel als de aandelenbeurzen stut.
⏱️ De Analyse in 30 seconden
- 🐌 Structurele Vertraging: De wereldgroei zakte van gemiddeld 4,4% per jaar (vóór 2008) en 3,0% (jaren 2010) naar slechts 2,7% per jaar sinds 2020.
- 📉 Geen Productiviteitswonder: Ondanks honderden miljarden voor AI blijft de productiviteitsgroei achter door een historisch lage winstgevendheid in de G7.
- 🔥 Inflatie & Dieseltekort: De wereldwijde inflatie loopt op naar 4,7% (en 3,7% in de VS), terwijl het IEA waarschuwt voor een acuut wereldwijd dieseltekort.
- 💥 $ 35.000 Miljard op het Spel: Een beurscrash van AI-aandelen zoals bij de internetzeepbel in 2000 zou $ 35 biljoen aan vermogen wegvagen.
1. Geen echte veerkracht, maar ‘veerkracht binnen stagnatie’
Volgens Michael Roberts kijkt het IMF door een wel erg roze bril. Wat het fonds ‘veerkracht’ noemt, is in werkelijkheid een wereldeconomie die al bijna twintig jaar steeds langzamer vooruitkruipt. Vóór de grote kredietcrisis van 2008-2009 groeide de wereldeconomie nog met gemiddeld 4,4 procent per jaar. In het decennium daarna (de jaren 2010) viel dat terug naar 3,0 procent per jaar, en sinds het coronajaar 2020 bedraagt het wereldwijde groeitempo nog maar een schamele 2,7 procent per jaar.
Vooral in de rijke westerse industrielanden is het beeld ronduit zwak. Ondanks de gigantische miljardenuitgaven aan kunstmatige intelligentie groeit de Amerikaanse economie dit jaar na aftrek van inflatie met slechts 2,3 procent. Daarmee presteert de VS nog altijd een stuk beter dan de rest van de rijke wereld: het Verenigd Koninkrijk en Canada komen nauwelijks boven de 1 procent uit, de eurozone blijft steken op 1,1 procent (met grote economieën als Frankrijk en Italië nog onder dat gemiddelde) en Japan groeit slechts 0,7 procent:
Ook in het zogeheten ‘Mondiale Zuiden’ (de opkomende economieën) is er weinig reden tot juichen. Laat je de twee reuzen China en India buiten beschouwing, dan beleven de overige ontwikkelingslanden volgens berekeningen van de Wereldbank een dramatisch ‘verloren decennium’. Het gemiddelde inkomen per hoofd van de bevolking in deze armere landen keert naar verwachting pas na 2028 terug naar het niveau van vóór de pandemie.
2. Waarom de AI-miljarden nog géén productiviteitswonder opleveren
Hoe komt het dat de economische groei in het Westen zo traag blijft terwijl technologiebedrijven honderden miljarden dollars in AI-datacenters pompen? Het antwoord is simpel: buiten het kleine clubje Amerikaanse techreuzen houden normale bedrijven de hand stevig op de knip. De totale bedrijfsinvesteringen en de groei van de arbeidsproductiviteit blijven daardoor al jaren achter bij eerdere decennia.
De diepere oorzaak van die investeringsstaking ligt volgens het onderzoek van Roberts bij de dalende winstgevendheid van het bedrijfsleven. Sinds het begin van de 21e eeuw is het gemiddelde rendement op geïnvesteerd kapitaal in de zeven grootste westerse industrielanden (de G7) structureel gedaald. Momenteel schommelt die winstvoet rond dezelfde lage niveaus als tijdens de zware recessiejaren van begin jaren tachtig.
3. De terugkeer van inflatie en een dreigend dieseltekort
Terwijl de economische groei voortmoddert, steekt een oude vijand opnieuw de kop op: geldontwaarding. Waar centrale bankiers vorig jaar nog dachten dat de inflatie onder controle was, verwacht het IMF nu dat de wereldwijde inflatie in 2026 oploopt naar 4,7 procent. In de Verenigde Staten klom het officiële inflatiecijfer deze week alweer naar 3,7 procent — bijna het dubbele van de 2 procent waar de Amerikaanse centrale bank (Federal Reserve) op mikt.
Het IMF moet bovendien toegeven dat de inflatie in 2027 nog verder kan versnellen als het conflict rond Iran en het Midden-Oosten voortduurt. Dat gevaar is zeer reëel: het Internationaal Energieagentschap (IEA) sloeg deze week alarm over een wereldwijd tekort aan dieselbrandstof dat tot minstens halverwege volgend jaar zal aanhouden. Omdat vrachtwagens, schepen en fabrieken op diesel draaien, jaagt dit de transport- en winkelprijzen in Europa, Afrika en Latijns-Amerika direct op.
4. Staatsleningen versus het échte gevaar: de AI-beurszeepbel
In Bangkok maakten de topbestuurders van het IMF en de Wereldbank zich vooral druk over de snel stijgende overheidsschulden. Volgens Roberts kijkt het IMF daarmee echter naar de verkeerde schuldenberg: niet de leningen van overheden, maar de explosief groeiende schulden in de private sector én de extreme waarderingen van AI-aandelen vormen het echte lont in het kruitvat.
De voormalige hoofdeconoom van het IMF, Gita Gopinath, berekende onlangs wat er gebeurt als de huidige euforie rond kunstmatige intelligentie op Wall Street omslaat in een beurscrash die vergelijkbaar is met het knappen van de internetzeepbel in het jaar 2000:
Een vermogensverlies van in totaal 35.000 miljard dollar (35 biljoen) is groot genoeg om de consumentenbestedingen in de VS en Europa direct te wurgen en de wereldeconomie in een diepe recessie te storten. Zelfs in het Global Financial Stability Report van het IMF zelf staat in de kleine lettertjes te lezen dat een milde correctie van AI-aandelen al direct 0,4 procent van de wereldwijde economische groei afhaalt.
5. Het kantelpunt nadert: wie gaat de AI-rekening betalen?
De grote vraag op de beurs is hoe lang de Amerikaanse techreuzen (de zogeheten hyperscalers zoals Microsoft, Alphabet, Meta en Amazon) hun duizelingwekkende investeringstempo nog kunnen volhouden. Terwijl zij honderden miljarden uitgeven aan dure datacenters en energieverslindende chips, brengen Chinese technologiebedrijven inmiddels zogeheten open-weight AI-modellen op de markt die tegen een fractie van de kosten vrijwel dezelfde prestaties leveren.
Conclusie: dansen op één been
Zoals Emmanuel Makonga, Europees aandelenstrateeg bij zakenbank Barclays, opmerkt: beleggers vragen zich steeds luider af wanneer de AI-uitgavencyclus zijn piek bereikt, wat nu al zorgt voor toenemende druk op de aandelenkoersen van de grote AI-spelers. De wereldeconomie draait momenteel op één enkele motor; zodra de AI-zeepbel leegloopt, zal blijken hoe flinterdun de veelgeprezen ‘veerkracht’ van het IMF in werkelijkheid was.
Bron data: Michael Roberts (The Next Recession) / IMF / Wereldbank / Barclays
Laat uw vermogen emotieloos groeien
Wanneer de wereldeconomie leunt op een kwetsbare AI-zeepbel van $ 35.000 miljard en de inflatie weer oplaait, lopen handmatige beleggers het risico om bij een plotselinge omslag zwaar verlies te lijden. Onze trading-robot handelt 100% op wiskunde en verdient ook als de beurs daalt. Hiermee groeide een startinleg van €800 uit tot €10.405. Dhr. Jongsma (Trustpilot): “Bijna 100% winst in 1,5 jaar. Een feilloos systeem waarbij emoties worden uitgeschakeld.”