skip to Main Content

Nederland kennisland

Nederland heeft er de mond van vol. Ons land moet een kenniseconomie ontwikkelen. Alleen op deze manier kunnen we de concurrentieslag aan met de nieuwe, aanstormende economische grootmachten als China, India, Brazilië en Rusland. Deze overduidelijke strategische overweging werpt de vraag op hoe Nederland er in dat opzicht voorstaat . Gelukkig doet de OECD onderzoek naar de ontwikkeling van het onderwijs bij de aangesloten landen. De resultaten worden geboekstaafd in het zogeheten Education at a glance, dat jaarlijks verschijnt.

Middenmoter

Een kenniseconomie veronderstelt een groeiende deelname aan het hoger onderwijs. In Nederland is dat beslist het geval. Een vergelijking tussen leeftijdsklassen maakt dat duidelijk. Van de leeftijdsklasse 55-64 heeft iets minder dan 30% een hogere opleiding, van de leeftijdsklasse 25-34 heeft 40% een hogere opleiding genoten. Een behoorlijke verbetering zou je zeggen, maar dat valt tegen in de internationale vergelijking. Met die 40% is Nederland een middenmoter in de internationale vergelijking. In een land als Korea heeft 60% een hogere opleiding genoten. Van de leeftijdsklasse 55-64% heeft in Korea slechts 10% een hogere opleiding genoten. In Europa valt vooral de prestatie van Ierland op. De prestatie van het cohort 55-64 blijft onder het OECD gemiddelde van 20% steken, maar het jongere cohort komt royaal boven 40% uit. In Duitsland stagneert de groei in aantallen van het hogere onderwijs. Het percentage blijft steken rond 25%.

Een oorzaak voor de weinig uitbundige groei van het hoger onderwijs kunnen de relatief hoge kosten voor de gemiddelde student zijn. Die bedragen volgens de OECD  in dit land $ 60.000. Daar staat tegenover dat dezelfde student $ 119000 meer verdient tijdens zijn werkzame leven dan zijn leeftijdgenoot die niet gestudeerd heeft. Maar de Nederlandse student doet het in dat opzicht slechter dan het OECD gemiddelde van iets meer dan $ 200.000.

Het economisch nut van hoger onderwijs

Is het wel de moeite waard om je als land grote inspanningen te getroosten om meer jongeren naar het hoger onderwijs te sturen? Op het eerste gezicht is dat niet zo voor Nederland. Iemand met een hogere opleiding kost in dit land een werkgever $ 20.000 meer dan het OECD gemiddelde. Dat verschil is grotendeels te verklaren uit verschillen in productiviteit en hogere sociale lasten, maar voor een deel is het ook een kwestie van vraag en aanbod. Boven beschreven combinatie van  factoren maakt dat Nederland niet erg aantrekkelijk is voor buitenlandse investeerder. In de OECD-vergelijking bungelt Nederland troosteloos onderaan. Natuurlijk vormen de arbeidskosten voor de hoogopgeleide werknemer niet de enige belemmering voor een aantrekkelijk investeringsklimaat, maar het speelt wel een rol.

Moeten we nu gas terug nemen en minder in het hoger onderwijs investeren of juist meer? Als we New Zeeland als voorbeeld nemen, dan is het beter flink te blijven investeren in hoger onderwijs. Dat land heeft meer hoger opgeleiden in de aanbieding en derhalve daalt de premie die een werkgever bereid is te betalen voor zijn vaardigheden. Dezelfde ontwikkeling zien we in België. Toch gaat dit niet in alle gevallen op. In landen als Korea en de VS, waar meer werknemers een hogere opleiding hebben, daalt de premie voor de werkgever niet. Waarschijnlijk is de vraag naar hoger opgeleiden nog steeds groter dan het aanbod.

Kosten en Baten

Investeren in onderwijs loont. Over de duim genomen is een land met een groot aanbod van hoger geschoolden aantrekkelijk voor buitenlandse investeerders. Ze krijgen zo de beschikking over voldoende vaardigheden tegen een lagere premie. Is Nederland bereid om extra te investeren in zijn onderwijs? Het antwoord is nee, als het gaat om het lager en middelbaar onderwijs. Dan scoort dit land gemiddeld. Het antwoord is ja als het gaat om het hoger onderwijs. De gemiddelde investering in het hoger onderwijs in de OECD landen bedraagt $ 10.000 per jaar. Nederland besteedt jaarlijks $ 16.000.-.

Blijkbaar is dit voor de overheid reden tot tevredenheid, want in de periode 2000-2007 stegen  de bestedingen niet, hoewel het aantal studenten fors toenam. De concurrentie liet zijn investeringen in diezelfde periode met gemiddeld 14% stijgen.

Dat is een op zich zorgelijke ontwikkeling, want stilstand is achteruitgang zoals het cliché beweert. De relatieve achteruitgang mag niet verbazen. De 27 OECD landen stoppen gemiddeld 6,2%  van het Bruto Nationaal Product in ‘het onderwijs’. Met 5,5% blijft Nederland daar royaal bij achter. Daar staat tegenover, dat de uitgaven voor onderwijs meegegroeid zijn met de groei van het Bruto Nationaal Product. In 1995 was het percentage 5,5%, evenals in 2000.

Tenslotte

Education at a Gance is een omvangrijke studie met talloze invalshoeken. Daar kan in kort bestek onmogelijk recht gedaan worden. De eerste indruk is echter wel, dat Nederland in zijn onderwijsbeleid weinig ambitie uitstraalt. ‘We ‘ tenderen sterk naar het gemiddelden naar de middelmaat. Eigenlijk mag dat niet verrassen, want we leven in een land van doe maar gewoon, dan doe je al gek genoeg. Dat is nou niet de mentaliteit om een dynamische kenniseconomie op te bouwen. Gelukkig doen we het niet slechter dan de meeste Europese landen, maar of dat nu een geruststelling voor de toekomst is?!

Dr. C.A.M. Wijtvliet
corwijtvliet@dekritischebelegger.nl

De auteur is zelfstandig gevestigd analist. Hij schrijft over uiteenlopende onderwerpen die de beleggingswereld raken. Daarnaast geeft hij lezingen en presentaties.

DIT VINDT U MISSCHIEN OOK INTERESSANT

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *



Hoe kunnen we u helpen ?

Recente Artikelen

Abonneer u om updates te ontvangen!

Archieven


Back To Top
×Close search
Zoeken
LAAT ME U HELPEN