Groeiende Zorgen in de Wereldeconomie

De wereldwijde economie staat voor een onzekere toekomst, nu de vier grootste economieën – de VS, China, Japan en Duitsland – tekenen van zwakte en instabiliteit vertonen. In dit artikel zullen we de belangrijkste problemen en uitdagingen analyseren waarmee deze landen worden geconfronteerd, en de mogelijke gevolgen voor de rest van de wereld.

China: Het einde van een tijdperk

China, de tweede grootste economie ter wereld, kampt met deflatie, trage groei, een afnemende woningmarkt, een zwakkere valuta en problemen in het schaduwbankwezen. Deze problemen leggen extra druk op de Chinese regering onder leiding van Xi Jinping om met een stimuleringspakket te komen.

Maar recente pogingen van de People’s Bank of China (PBoC) om de financiële omstandigheden te versoepelen en de echte economie een duwtje te geven, worden over het algemeen als onvoldoende beschouwd. Een renteverlaging van 10 basispunten tot 3,45 procent op éénjarige leningen werd gisteren door de PBoC doorgevoerd. Maar verrassend genoeg bleef het tarief voor leningen met een looptijd van vijf jaar staan op 4,2 procent, terwijl verwacht werd dat beide tarieven zouden dalen om de woningmarkt aan te jagen.

Zelfs de chief China-econoom bij Goldman Sachs noemde deze bescheiden stap “tamelijk verrassend en eerlijk gezegd een beetje raadselachtig.”

De recente economische gegevens tonen aan dat de groei in het tweede kwartaal slechts 0,8 procent was in vergelijking met het voorgaande kwartaal. Dit terwijl er signalen zijn dat een deflatoire omgeving zich aan het ontwikkelen is.

Deskundigen uiten hun bezorgdheid over de huidige situatie. Julian Evans-Pritchard, de hoofd China-econoom bij Capital Economics, noemde de stappen van de PBoC “teleurstellend” en gaf aan dat grotere renteverlagingen nodig zouden zijn om de vraag naar krediet nieuw leven in te blazen.

Deze ontwikkelingen hebben geleid tot een verlaging van de groeiverwachtingen voor China. Citigroup heeft zijn voorspelling voor de Chinese groei dit jaar verlaagd naar 4,7 procent, terwijl de overheid eerder mikte op 5 procent. Andere grote banken hebben eveneens hun groeiprognoses naar beneden bijgesteld.

De neerwaartse spiraal van de Chinese economie wordt steeds vaker gezien als het einde van een tijdperk. De Wall Street Journal kopte onlangs: “Het 40-jarige Chinese Succesverhaal is Voorbij. Wat Nu?”

“Economen waarschuwen nu dat China een periode van aanzienlijk lagere groei ingaat, verergerd door ongunstige demografie en een groeiende kloof met de VS en haar bondgenoten. Dit heeft gevolgen voor buitenlandse investeringen en handel. Het zou niet alleen een fase van economische zwakte kunnen zijn, maar ook het vervagen van een langdurige bloeiperiode,” aldus de Wall Street Journal.

De huidige situatie wordt samengevat: “De vooruitzichten zijn de afgelopen maanden aanzienlijk verslechterd. De industriële activiteit is gekrompen, de export is gedaald en de jeugdwerkloosheid is naar recordhoogtes gestegen.”

In de afgelopen tien jaar is de Chinese economie steeds afhankelijker geworden van de huizen- en vastgoedmarkt. Deze sector vertegenwoordigt nu tussen de 25 en 30 procent van het bbp, als ook de neveneffecten worden meegenomen.

Deze groei werd gestimuleerd door goedkoop krediet voor vastgoedontwikkelaars en lokale overheden die infrastructuurprojecten uitvoerden. Maar in 2020 werden er strengere regels ingevoerd om de groeiende schuld te beteugelen.

Dit leidde tot een crisis bij vastgoedgigant Evergrande, die momenteel een herstructurering ondergaat, en tot het faillissement van veel andere ontwikkelaars. Volgens Standard and Poor’s zijn de afgelopen drie jaar meer dan 50 vastgoedontwikkelaars in gebreke gebleven of hebben ze hun schuldbetalingen gemist.

Zelfs als er meer krediet beschikbaar komt, zal het niet hetzelfde effect hebben als in het verleden. Het kost nu ongeveer $9 aan investeringen om het bbp met $1 te laten groeien, in vergelijking met $5 minder dan tien jaar geleden en $3 in de jaren ’90.

De economische crisis in China heeft niet alleen gevolgen voor de binnenlandse situatie, maar ook voor de internationale betrekkingen. China is de grootste handelspartner van veel landen, vooral in Azië en Afrika. Een vertraging of instorting van de Chinese vraag zou een domino-effect kunnen hebben op de wereldeconomie.

Bovendien zou China meer agressief kunnen worden op het geopolitieke toneel, om zijn invloed te vergroten en af te leiden van zijn binnenlandse problemen. China is al verwikkeld in territoriale geschillen met zijn buren, zoals India, Japan en Taiwan. Het is ook betrokken bij een handelsoorlog met de VS, die kan escaleren tot een militair conflict.

De Chinese economie staat dus voor een kritiek moment, dat grote gevolgen kan hebben voor de rest van de wereld.

Duitsland: De zieke man van Europa

Duitsland, de vierde grootste economie ter wereld, presteert dit jaar naar verwachting het slechtst van alle grote economieën. De Duitse economie stagneerde in het tweede kwartaal, na krimp in de twee kwartalen daarvoor.

Een van de belangrijkste oorzaken van deze achteruitgang is de daling van de productiesector, die te lijden heeft onder stijgende energieprijzen als gevolg van de Amerikaans-NATO-oorlog in Oekraïne. Maar de problemen gaan verder terug in de tijd.

Jörg Krämer, hoofdeconoom bij Commerzbank, benadrukte dat “als je het coronavirus buiten beschouwing laat, de ondermaatse prestaties al begonnen zijn in 2017, dus de structurele problemen spelen al een tijdje.”

Hierbij spelen onder meer het gebrek aan concurrentievermogen, hogere arbeidskosten en verlies van marktaandeel in de belangrijke auto-industrie een rol.

Een recente enquête van Consensus Economics voorspelde dat de Duitse economie dit jaar met 0,35 procent zou krimpen, in vergelijking met de groeiverwachting van drie maanden eerder.

De economische malaise in Duitsland heeft ook sociale en politieke gevolgen. De armoede en ongelijkheid zijn toegenomen, vooral onder jongeren en migranten. Volgens Eurostat leefde 18 procent van de Duitse bevolking onder de armoedegrens in 2020. De werkloosheid is gestegen tot 6 procent in juli 2021.

De politieke stabiliteit is ook afgenomen, nu er geen duidelijke winnaar is na de federale verkiezingen van september. De christendemocraten (CDU/CSU) van Angela Merkel leden hun slechtste resultaat ooit, terwijl de sociaaldemocraten (SPD) slechts een kleine voorsprong behaalden. De Groenen en de liberalen (FDP) wonnen aan populariteit, terwijl de extreemrechtse AfD zijn positie handhaafde.

Het vormen van een nieuwe regering kan maanden duren, aangezien er complexe coalitieonderhandelingen nodig zijn tussen de verschillende partijen. De meest waarschijnlijke optie is een zogenaamde “verkeerslichtcoalitie” van de SPD, de Groenen en de FDP, die respectievelijk de kleuren rood, groen en geel hebben. Maar deze combinatie zou te maken krijgen met grote meningsverschillen over kwesties als klimaatverandering, belastingen, immigratie en buitenlands beleid.

De economische problemen in Duitsland hebben ook gevolgen voor de rest van Europa, vooral voor de eurozone. Duitsland is de grootste economie en de belangrijkste exporteur van de eurozone, en heeft dus een grote invloed op de vraag en het vertrouwen in de regio. Een zwakker Duitsland zou ook minder bereid of in staat zijn om financiële steun te verlenen aan andere lidstaten die in moeilijkheden verkeren, zoals Italië of Griekenland.

Bovendien zou Duitsland minder geneigd kunnen zijn om mee te werken aan Europese integratieprojecten, zoals een gemeenschappelijk begrotingsbeleid of een bankenunie. Dit zou de verdeeldheid en het wantrouwen binnen de Europese Unie kunnen vergroten, en het risico op een mogelijke desintegratie of uiteenvallen van de eurozone kunnen vergroten.

Duitsland staat dus voor een periode van economische stagnatie en politieke onzekerheid, die zijn rol als leider en stabilisator van Europa in gevaar zou kunnen brengen.

Japan: Een lichtpuntje?

Japan, de derde grootste economie ter wereld, lijkt momenteel een lichtpuntje te zijn. In het tweede kwartaal groeide het bbp met 1,5 procent, vergeleken met 0,9 procent in het voorgaande kwartaal. Deze groei was grotendeels te danken aan een stijging van de export, die heeft geprofiteerd van een verzwakking van de yen op de valutamarkt.

Maar de export zou kunnen vertragen vanwege de zwakte in zowel de VS als China. Takuji Aida, econoom bij Credit Agricole, waarschuwde dat de Japanse economische opleving voornamelijk te danken is aan overheidsstimulering.

Hij benadrukte dat “Japan opnieuw in de duisternis van deflatie zou kunnen belanden” als de overheidsuitgaven afnemen en de Bank of Japan (BoJ) de rentetarieven verhoogt. Deze laatste ontwikkeling is aannemelijk vanwege de stijgende Japanse inflatie, momenteel op 3 procent, en de waardedaling van de yen als gevolg van het lage rentebeleid in het land.

Hoe dan ook, de relatief hogere groei in het tweede kwartaal zal naar verwachting niet aanhouden. Volgens SMBC Nikko Securities zou de economie in het derde kwartaal met een jaarlijks tempo van 3 procent kunnen krimpen als gevolg van een wereldwijde economische vertraging die de export zal aantasten.

Vorige week werd gemeld dat de Japanse export in juli voor het eerst sinds februari 2021 is gedaald, grotendeels als gevolg van verminderde vraag uit China. De verzendingen naar deze bestemming zijn met 13,4 procent afgenomen.

De Japanse economie heeft ook te maken met structurele problemen, zoals een vergrijzende bevolking, een lage productiviteit en een hoge overheidsschuld. Volgens het IMF bedroeg de schuld-bbp-ratio van Japan 266 procent in 2020, veruit de hoogste ter wereld.

De sociale en politieke situatie in Japan is ook niet erg rooskleurig. De armoede en ongelijkheid zijn toegenomen onder het beleid van premier Shinzo Abe, die vorig jaar aftrad wegens gezondheidsproblemen. Zijn opvolger Yoshihide Suga heeft te maken met lage populariteitscijfers en protesten tegen zijn aanpak van de coronapandemie.

Japan zal ook dit jaar parlementsverkiezingen houden, die de machtsbalans in het land kunnen veranderen. De regerende Liberaal-Democratische Partij (LDP) zou zijn meerderheid kunnen verliezen, terwijl de oppositiepartijen, zoals de Constitutionele Democratische Partij (CDP) en de Japanse Communistische Partij (JCP), aan steun zouden kunnen winnen.

Japan staat ook voor uitdagingen op het gebied van de buitenlandse betrekkingen, vooral met betrekking tot China en Noord-Korea. Japan heeft territoriale geschillen met beide landen over eilanden in de Oost-Chinese Zee en de Zee van Japan. Japan maakt zich ook zorgen over de nucleaire en raketprogramma’s van Noord-Korea, die een bedreiging vormen voor zijn veiligheid.

Japan probeert zijn militaire en diplomatieke banden met de VS en andere bondgenoten in de regio te versterken, maar dit kan ook leiden tot meer spanningen en conflicten met China. Japan moet een delicaat evenwicht vinden tussen het beschermen van zijn nationale belangen en het bevorderen van de regionale stabiliteit.

Japan lijkt dus een betere economische prestatie te leveren dan andere grote economieën, maar het is nog steeds kwetsbaar voor interne en externe schokken.

De VS: De grootste onbekende

De Verenigde Staten zijn nog steeds de grootste economie ter wereld, maar ze hebben ook te maken met een aantal problemen. De inflatie is gestegen tot het hoogste niveau sinds 1990, met een jaarlijkse stijging van 6,8 procent in november. Dit heeft de druk op de Federal Reserve verhoogd om de rente te verhogen en de monetaire stimulering af te bouwen. De Fed heeft aangekondigd dat het zijn maandelijkse aankopen van obligaties zal verminderen van $120 miljard naar $105 miljard vanaf december.

Een hogere rente zou echter negatieve gevolgen kunnen hebben voor de economische groei, die al tekenen van vertraging vertoont. Het bbp groeide met 2 procent in het tweede kwartaal, vergeleken met 6,3 procent in het eerste kwartaal. De consumentenuitgaven, die goed zijn voor ongeveer 70 procent van het bbp, zijn afgenomen als gevolg van de hogere prijzen, het lagere inkomen en het verminderde vertrouwen.

De arbeidsmarkt is ook zwakker dan verwacht. In november werden er slechts 210.000 banen toegevoegd, terwijl economen 550.000 banen hadden voorspeld. De werkloosheid daalde weliswaar tot 4,2 procent, maar dit kwam vooral doordat veel mensen de arbeidsmarkt verlieten. Het aantal mensen dat niet actief op zoek is naar werk of dat gedesillusioneerd is geraakt, bedroeg 5,9 miljoen in november.

De economische problemen in de VS hebben ook politieke gevolgen. President Joe Biden heeft te maken met lage goedkeuringscijfers en oppositie tegen zijn agenda. Zijn belangrijkste wetgevende prioriteiten, zoals het infrastructuurplan van $1 biljoen en het sociale uitgavenpakket van $1,75 biljoen, worden geconfronteerd met obstakels in het Congres.

De Democraten lopen ook het risico hun meerderheid in zowel het Huis als de Senaat te verliezen bij de tussentijdse verkiezingen van volgend jaar. Dit zou hun vermogen om wetgeving door te voeren nog meer beperken.

De politieke verdeeldheid en polarisatie in de VS zijn ook toegenomen na de bestorming van het Capitool op 6 januari door aanhangers van voormalig president Donald Trump. Trump blijft beweren dat hij de presidentsverkiezingen van 2020 heeft gewonnen, ondanks het gebrek aan bewijs. Hij heeft ook gesuggereerd dat hij zich opnieuw kandidaat zal stellen in 2024.

De VS staan ook voor uitdagingen op het gebied van de buitenlandse betrekkingen, vooral met betrekking tot China en Rusland. De VS zijn verwikkeld in een strategische rivaliteit met China over kwesties als handel, technologie, mensenrechten en veiligheid. De VS hebben ook te maken met de dreiging van Rusland, dat zijn militaire en politieke invloed in Europa en het Midden-Oosten probeert uit te breiden.

De VS proberen hun leiderschap en bondgenootschappen in de wereld te versterken, maar ze worden ook geconfronteerd met kritiek en wantrouwen van sommige partners. De VS hebben bijvoorbeeld veel controverse veroorzaakt door hun chaotische terugtrekking uit Afghanistan, die leidde tot de machtsovername door de Taliban. De VS hebben ook spanningen veroorzaakt met Frankrijk door een veiligheidspact te sluiten met Australië en het Verenigd Koninkrijk, dat de annulering van een onderzeebootdeal tussen Frankrijk en Australië inhield.

De VS staan dus voor een moeilijke evenwichtsoefening tussen het beschermen van hun nationale belangen en het bevorderen van de mondiale stabiliteit en samenwerking.

Conclusie

De wereldwijde economie staat voor een onzekere toekomst, nu de vier grootste economieën – de VS, China, Japan en Duitsland – tekenen van zwakte en instabiliteit vertonen. Deze landen hebben te maken met verschillende problemen en uitdagingen, zowel intern als extern, die hun groei en welzijn kunnen beïnvloeden.

Deze problemen hebben ook gevolgen voor de rest van de wereld, die afhankelijk is van deze landen voor handel, investeringen, veiligheid en samenwerking. Een vertraging of instorting van de wereldeconomie zou een domino-effect kunnen hebben op andere regio’s en sectoren, die al te lijden hebben onder de gevolgen van de coronapandemie.

Om deze situatie te voorkomen of te verbeteren, is het noodzakelijk dat deze landen hun economische beleid coördineren en hervormen, om de vraag te stimuleren, de inflatie te beteugelen, de schuld te verminderen en de productiviteit te verhogen. Het is ook noodzakelijk dat deze landen hun politieke stabiliteit en legitimiteit handhaven of herstellen, om sociale onrust, polarisatie en extremisme te voorkomen of te verminderen.

Ten slotte is het noodzakelijk dat deze landen hun buitenlandse betrekkingen verbeteren en versterken, om conflicten te vermijden of op te lossen, en om samen te werken aan gemeenschappelijke uitdagingen en kansen, zoals klimaatverandering, terrorisme, cyberveiligheid en ontwikkeling.

Dit zijn geen gemakkelijke taken, maar ze zijn essentieel voor het waarborgen van een duurzame en vreedzame toekomst voor de wereldwijde economie.

Bron: Deepening problems in the global economy

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.