Share on facebook
Facebook
Share on twitter
Twitter
Share on linkedin
LinkedIn
Share on whatsapp
WhatsApp
Share on email
Email

Een week geleden hebben wij het eerste deel gepubliceerd van een stuk waarin wij onze lange termijn strategie uit de doeken hebben gedaan. In dit eerste deel zijn wij ingegaan op de fundamentele en macro-economische overwegingen, die aan onze lange termijn strategie ten grondslag liggen. In onderstaand tweede deel gaan wij verder met de technische blik op de lange termijn renteontwikkeling en sluiten wij ons verhaal af met de conclusies die wij trekken voor het beleggingsbeleid in de portefeuille van onze cliënten.

De Rente vanuit een Technisch Oog

In figuur 1 vindt u het effectieve rendement van 10-jarige Nederlandse staatsobligaties op maandbasis sinds 1987.

Effectieve rendement van 10-jarige Nederlandse staatsobligaties op maandbasis sinds 1987
Effectieve rendement van 10-jarige Nederlandse staatsobligaties op maandbasis sinds 1987

Figuur 1

Sinds begin jaren tachtig al is de rente aan het dalen. De beide voortschrijdende gemiddeldes (10-maands en 3-maands; zie de rode en de blauwe lijn) zijn dalende. Er is duidelijk sprake van dalende toppen en dalende bodems. Er hoeft dus niet getwijfeld te worden aan de “baisse” waarin de rente zich bevindt. Tussen 2005 en 2007 is de eerste lange termijn dalende trend gebroken. De dalende trend vertraagt daarmee. In de afgelopen twee maanden is sprake van een fors omkeerpatroon. En in veel kortere temrijn grafieken is al enige tijd sprake van flinke positieve divergenties. Dit duidt er allemaal op dat de markt aan een bodemproces begonnen is.

De tijdsafstand tussen de toppen en de bodems in de afgelopen 23 jaar was gemiddeld ruim 2 jaar met uitschieters van 4 jaar en van 9 maanden.

Renteconclusie

Het meest logische scenario is dat de weerstand op 2,29% op kortere termijn zal worden gebroken. Daarna ligt er een tweede weerstand op de weg omhoog op 3,05%. Een daling zou dan kunnen worden verwacht die echter niet door de steun op 2,29% zal vallen. Daarna zou een opmars kunnen beginnen waarbij in ieder geval het niveau van 3,75% zal worden bereikt. Uitgaande van het verleden zou dit een periode kunnen bestrijken van 6 jaar, waarvan twee jaar zijn verstreken. Dit scenario valt wonderwel samen met de uitspraken zoals gedaan hierboven onder het fundamentele gedeelte van dit artikel.

De weg voor de Belegger

Het heeft voor de belegger geen enkele zin om te blijven beleggen in staatsobligaties die een rendement opleveren van 1 to 2%, als men aanneemt dat de inflatie op een niveau van 2 tot 3% zal blijven. Ook een belegging in kortlopend staatspapier brengt onvoldoende op. Betere mogelijkheden voor hem zijn:

1. Deposito’s

Op dit moment zijn (nog) percentages mogelijk van boven 2,7%. Dit is dus al veel interessanter. Zolang u maximaal €97.000 (€100.000 – 3%) vastlegt per bank maakt u in de komende jaren een voor deze tijd redelijk rendement dat staatsgegarandeerd is.

2. Obligaties

Er zijn nog steeds zeer goede obligaties van het bedrijfsleven te vinden met goede tot redelijke zekerheid, die een acceptabel rendement bieden. Wij wijden met enige regelmaat artikelen aan deze mogelijkheid en zullen dat blijven doen. Deze obligaties dienen een looptijd te hebben die bij voorkeur niet langer is dan 4 tot 5 jaar, omdat men daarna in de mogelijkheid moet verkeren om van betere rendementen te profiteren en omdat de economische conjunctuurcyclus 4 jaar bedraagt. De vooruitzichten van met name meer cyclische ondernemingen zijn aanzienlijk moeilijker in te schatten als men over een conjunctuurcyclus heen wil kijken.

3. Aandelen

Een oplossing kunnen ook de grote Europese ondernemingen bieden die wereldwijd opereren maar in € rapporteren, met een redelijk tot goed dividendrendement (Koninklijke Olie betaalt momenteel ruim 5% dividend per jaar) en die in staat zijn om hun prijzen te verhogen naar gelang inflatie toeneemt dan wel die hun omzet en winst voor een belangrijk deel uit niet-€-markten en niet-$-markten halen. Daarnaast moet naar ondernemingen gekeken worden die geen last hebben van concurrentie en hun eigen prijzen kunnen vaststellen.

Dat kunnen bedrijven zijn met specifieke technologische kennis (en veel patenten) maar ook bedrijven in een markt met een hoge toegangsdrempel. En ten slotte kan er gekeken worden naar bedrijven die stabiel maar stevig groeien in een markt die groot genoeg is om de groei vol te kunnen blijven houden.

4. Onroerend goed

Wij beleggen voor onze cliënten uitsluitend in beursgenoteerde effecten. Over de huizen- en kantorenmarkt zult u ons dus niet horen tenzij dat dienstig is aan de analyse van beursgenoteerde onroerend goed maatschappijen of onze algemene beleggingsvisie. Feit is dat inflatie positief is voor onroerend goed. Maar de wereld kent een enorme overcapaciteit aan kantoorpanden en in veel landen is ook de woningmarkt uit het lood geslagen.

Uiteindelijk zal de vergrijzinggolf de behoefte aan woningen en kantoren sterk gaan beïnvloeden waarbij de kantorenmarkt voor een langere tijd onder druk komt te staan. De huizenmarkt zal, zolang in een land de bevolking groeit, wel weer op zijn pootjes terecht  komen. Ook de winkelmarkt is bezig met een flinke sanering al was het maar omdat u en ik steeds meer via het internet onze boodschappen doen. Voor de belegger is de onroerend goed markt daarmee alleen een interessant alternatief voorzover het huizen en A1-kantoren en –winkelpanden betreft. Maar getuige onze opmerkingen hoeft u hier geen haast te hebben.

In onze technische analyses zijn nog maar bar weinig koopsignalen te vinden bij aandelen van onroerend goed fondsen. In ons universum houden wij het voorlopig bij Unibail-Rodamco aangezien hier het dividendrendement relatief hoog is en de kwaliteit van de portefeuille verhoudingsgewijs eveneens hoog is.

5. Grondstoffen en edelmetalen

Ook deze categorie is natuurlijk interessant als de inflatie oploopt. Maar zolang inflatie geen rol van betekenis speelt en er niet allerlei catastrofes plaatsvinden zoals bijvoorbeeld oorlogen of ecologische en natuurrampen, is beleggen in deze categorie een vrij cyclische aangelegenheid die rechtstreeks afhankelijk is van de economische activiteit in de wereld. En daarbij is de wereld groter dan alleen Nederland. Als het hier niet goed gaat hoeft dat niet te betekenen dat het in Brazilië ook niet goed gaat.

Olieprijzen dalen en stijgen niet omdat wij al dan niet in een recessie zitten maar omdat de hele wereld in een conjunctuurdal zit of daar juist uit komt. Wij benaderen deze categorie in onze analyses op dezelfde wijze als de aandelenmarkten.

Wij zullen in de komende tijd voorbeelden uit elk van deze categorieën de revue laten passeren.

Gijsbrecht K. van Dommelen
Vladeracken Vermogensbeheer
www.vladeracken.nl

Disclaimer

De auteur is verantwoordelijk voor het beleggingsbeleid van Vladeracken BV, een vermogensbeheerder met vergunning van de AFM. Vladeracken belegt en/of heeft belegd in sommige van de hier besproken effecten voor haar cliënten. Dit stuk is geen beleggingsadvies. Wie in de hier besproken effecten belegt of wenst te beleggen doet dat voor eigen rekening en risico. In dit kader wijzen de auteur en Vladeracken BV alle verantwoordelijkheid voor de inhoud van dit stuk van de hand. De besproken effecten zijn niet risicoloos.

Start met automatisch beleggen

Dit bericht delen
Share on facebook
Facebook
Share on twitter
Twitter
Share on linkedin
LinkedIn
Share on whatsapp
WhatsApp
Share on email
Email

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *