Share on facebook
Facebook
Share on twitter
Twitter
Share on linkedin
LinkedIn
Share on whatsapp
WhatsApp
Share on email
Email

Hoewel we de eerste helft van 2010 economisch en beurstechnisch allerminst florissant afsluiten, is er in dat halfjaar veel energie gaan zitten in de vraag of wij nu bang moesten zijn voor een hogere inflatie of dat er juist kans is op een nieuwe recessie.

Het lijkt goed om eerst kort in te gaan op de gebruikte termen. In enge zin betekenen inflatie dan wel deflatie een situatie waarin het algemene prijspeil voortdurend stijgt respectievelijk daalt.

In de brede zin waarin economen de termen gebruiken staat inflatie voor een toestand van de economie waarin de prijzen en lonen en de geldhoeveelheid sterk toenemen en geldontwaarding optreedt, de vraag naar arbeidskrachten het aanbod overtreft en de betalingsbalans eventueel een tekort gaat vertonen. Dit is meestal wat we hoogconjunctuur noemen. Bij deflatie geldt dan het tegenovergestelde (recessie).

Maar inflatie in enge en brede zin vallen lang niet altijd samen en dat geeft verwarring. Economen die inflatie als louter een monetair fenomeen zien, concentreren zich op de enorme hoeveelheid geld die de Centrale Banken de economie hebben ingepompt. Als al dat geld wordt gebruikt door de burgers en bedrijven om producten en diensten te kopen, dan zal er onvermijdelijk een ware prijsexplosie plaatsvinden.

Maar de feitelijke situatie is voorlopig anders. De prijzen in Europa zijn vrij stabiel: in 1,6% in mei op jaarbasis in de eurozone, ruim onder de 2%-doelstelling van de ECB. Zie tabel.

Inflatie in procenten (to.v. 12 maanden eerder)

Verenigde Staten 2,2% (april)
Japan -1,6% (april)
Eurozone 1,6% (mei)
Nederland 1,0% (mei)
Duitsland 1,2% (mei)
Verenigd Koninkrijk 3,4% (mei)
China 3,1% (mei)
Bill Gross
Bill Gross

Maar kan die grote monetaire impuls dan niet op termijn voor inflatoire problemen zorgen?

Hier wil ik Bill Gross aanhalen, directeur bij Pimco, de grootste beheerder van obligatiefondsen ter wereld. Hij spreekt van The New Normal, een langdurige situatie waarin de (westerse) wereld haar verslaving aan schuld en krediet moet zien kwijt te raken. De hoge schuldratio’s maken het onmogelijk voor burgers, bedrijven en overheden nog meer op de pof te leven en ons uit “de problemen te lenen”. Dit betekent dat het westen eerst haar schulden moet afbouwen (deleveraging). Samen met nieuwe reguleringen en wat Gross deglobalization noemt, zal de economische groei niet meer dan 1-2% kunnen bedragen. Bij dit scenario horen zeker geen hoge inflatiecijfers.

De Griekse schuldencrisis en de Europese bezuinigingsvoornemens van de afgelopen periode laten zien hoe bruikbaar de benadering van Gross kan zijn. Van de ene dag op de andere is de schuldquote (overheidsschuld als percentage van het BBP) een hot issue geworden. Beleidsmakers kunnen zich geen ongezonde overheidsfinanciën meer veroorloven. Alleen de Amerikanen zijn nog niet zo ver dat zij hun beleid hierop afstemmen.

In elk geval lijkt er voorlopig geen gevaar te zijn voor hoge inflatiecijfers.

Franke Burink
Castanje Vermogensbeheer

Dit bericht delen
Share on facebook
Facebook
Share on twitter
Twitter
Share on linkedin
LinkedIn
Share on whatsapp
WhatsApp
Share on email
Email

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *