Share on facebook
Facebook
Share on twitter
Twitter
Share on linkedin
LinkedIn
Share on whatsapp
WhatsApp
Share on email
Email

Het is alweer bijna 15 jaar geleden dat het boek the World is flat van Thomas Friedman verscheen. De boodschap van het boek was, dat dankzij de technologische vooruitgang het economisch belang van de geografie steeds verder zou afnemen. Dat was eerst en vooral te danken aan het Internet. Onderzoek van de Amerikanen George Mason en Tim Gulden datzelfde jaar kwam tot een tegenovergestelde conclusie.

De wereld is in hun ogen absoluut niet vlak maar vol pieken en dalen. Sterker nog, als het om puur economische slagkracht gaat en om pure innovatieve kracht, dan spelen slechts een ‘handvol’ regio’s een zeer vooraanstaande rol in de wereldeconomie. Juist de regio’s die de wereldeconomie stuwen groeien ook nog eens het snelst, terwijl de dalen steeds meer verkommeren.

Van vitaal belang voor al deze trends is de explosieve groei van de steden over heel de wereld. Ongeveer 50% van de wereldbevolking leeft in een stedelijk gebied. In de ontwikkelde landen is dat zelfs ongeveer 75%. De economische kracht van een aantal van de grote stedelijke agglomeraties of metropolen is op zijn zachts gezegd verbazingwekkend. De economie van een stad als New York is bijna even groot dan die van landen als Rusland en Brazilië. Volgens de onderzoekers zijn de economisch sterkste stedelijke agglomeraties vooral te vinden in de Verenigde Staten en in mindere mate in Europa. In Azië waren er in 2005 nog maar een handjevol te vinden.

Metropolen zijn niet alleen magneten voor mensen en derhalve bronnen van economische groei. Het zijn ook de plaatsten waar innovatie groeit en bloeit. Statistieken uit die jaren leren dat 85% van alle patenten toebehoren aan inwoners van 5 landen, te weten Japan, de Verenigde Staten, Duitsland, Zuid-Korea en Rusland. Binnen die landen zijn het weer steden die bronnen zijn van innovaties. Innovatieve koplopers zijn Tokyo, Seoul, New York en San Francisco. De subtop wordt gevormd door steden als Boston, Seattle, Austin, Toronto, Vancouver, Berlijn, Stockholm, Helsinki London, Osaka, Taipei en Sydney. Als het om diepgravende innovatie gaat, dan eisen slechts een of twee dozijn steden wereldwijd de hoofdrol op. Dat was toen zo en dat is nog steeds zo, zij het dat de rol van steden als Shanghai of Bomaby sinds 2005 fors vergroot is.

Het patroon is duidelijk. Stedelijke agglomeraties trekken creatieve en getalenteerde mensen aan. Ideeën vinden daardoor sneller weerklank en kunnen bovendien sneller in de praktijk gebracht worden. Het ligt immers voor de hand dat in steden ook veel financiers te vinden zijn. Die maar wat graag het gezelschap van de creatievelingen opzoeken. Talent prefereert niet alleen de stad, omdat daar veel ander talent zit of omdat de voorzieningen van hoog niveau zijn. Talent doet dat ook, omdat in een stedelijke agglomeratie ook de voordelen van economies of scale biedt, maar ook die van knowledge spillovers. Het is geen wet dat je naar een stedelijke agglomeratie moet verhuizen om echt innovatief te zijn, het helpt echter wel om in een omgeving te verkeren met een kritische massa aan creativiteit.

Het proces van globalisering maakt de vruchten van innovatie alleen nog maar zoeter. Dankzij die trend kunnen innovatieve producten en diensten elke consument ter wereld in een oogwenk bereiken. Dat feit verhoogt weer de aantrekkelijkheid van de innovatieve centra met als resultaat dat welvaart en economische productie zich meer en meer in die centra samenballen.

Het verhaal van innovatie in de vorige eeuw, was vooral een Amerikaans verhaal. In de 21ste eeuw lijkt er een einde te komen aan die dominantie. Regio’s in Europa en Zuidoost-Azië beginnen hun plaats in de eregalerij op te eisen. Dat is misschien mede te danken aan het kleiner worden van de wereld. Sociale maar ook economie afstanden zijn kleiner geworden. Een sterk verbeterde mobiliteit maakt het mogelijk voor de getalenteerden om zich gemakkelijk van het ene centrum naar het andere centrum te bewegen. Naar schatting zijn meer dan 150 miljoen mensen onderdeel van deze wereldwijde arbeidsmarkt. Ook in dit opzicht neemt een beperkt aantal steden de koppositie in. Het gaat om steden als Londen, New York, Parijs, Tokyo, Hong Kong, Singapore, Chicago, Los Angelos en San Francisco. Deze steden hebben onderling de nauwste betrekkingen. Bewoners van deze agglomeraties voelen zich vaker met elkaar verbonden en verwant dan met de bewoners in hun spreekwoordelijke achtertuin.

Dat is dan ook precies de schaduwzijde van een wereld vol pieken en dalen. De slag om talent, investeringen en goed betaalde banen vergroot de ongelijkheid tussen landen maar ook binnen landen. Dat verklaart ook ten dele de sterke anti-globaliseringsgolf die nu over de wereld rolt. Dat stelt beleidsmakers voor misschien wel een onoplosbaar probleem. Die pieken, de succesvolle stedelijke agglomeraties moeten blijven groeien om de economische vooruitgang op peil te houden. Om ervoor te zorgen dat de politieke reacties niet te scherp worden, mogen de belangen van de dalen niet veronachtzaamd worden. Het is aan de politiek om beide doelstellingen succesvol aan elkaar te koppelen! Dat was de conclusie van het onderzoek uit 2005. Die conclusie moet iedereen verrassend bekend in de oren klinken!

Bron:

Richard Florida, the World is spiky. Globalization has changed the economic playing field, but hasn’t levelled it. The Atlantic Monthly, October 2005

Dit bericht delen
Share on facebook
Facebook
Share on twitter
Twitter
Share on linkedin
LinkedIn
Share on whatsapp
WhatsApp
Share on email
Email

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *