Share on facebook
Facebook
Share on twitter
Twitter
Share on linkedin
LinkedIn
Share on whatsapp
WhatsApp
Share on email
Email

Veel ontwikkelingslanden proberen de succesformule van China te kopiëren om sneller te groeien. Ze lopen daarbij vaak tegen het probleem dat de leenkosten erg hoog zijn. Die hoge kosten maken veel van de benodigde infrastructuur te duur. Ze kunnen natuurlijk het geld elders lenen, maar ook dat is niet zonder risico’s.

Misschien is de beste manier om goedkoper te kunnen lenen het verlagen van het aantal geboortes. Dat althans denkt Charles Robertson, econoom bij Renaissance Capital. Deze econoom denkt dat mensen met veel kinderen minder sparen, omdat ze hogere uitgaven hebben. Mensen met weinig kinderen moeten echter meer sparen voor hun oude dag, omdat hun nageslacht te klein is om voor hen te sparen. En dus is er volgens hem een correlatie tussen vruchtbaarheid en de omvang van de besparingen ten opzichte van het bruto binnenlands product.

Die besparingen kunnen dan indrukwekkend groot zijn. Robertson claimt dat meer dan de helft van de groei van de besparingen van Chinese ouders sinds 1970 te danken was aan de een-kind-politiek. De opvatting van Robertson wordt grotendeels gestaafd door een onderzoek van het IMF dat tot soortgelijke uitkomsten kwam en stelde dat demografische veranderingen de belangrijkste motor waren voor de snelle groei van de besparingen.

Die besparingen stegen van 5% in de tachtiger jaren van de vorige eeuw naar 23% vandaag de dag. Dat is ruim 15 procentpunt boven het wereldwijde gemiddelde. De bankdeposito’s in China bedragen 210% van het BBP tegen bijvoorbeeld 33% in Kenia, een land dat hard op zoek is naar groei.

De Bank van Engeland kwam in een studie uit 2018 tot de conclusie, dat demografische veranderingen voor 75% een verklaring vormden voor de daling van de rente in ontwikkelde landen. Die daling bedroeg sinds de jaren tachtig van de vorige eeuw 210 basispunten.

Meer besparingen, meer deposito’s impliceren meer beschikbare fondsen en dus kan de rente omlaag.

Volgens Robertson geldt deze wetmatigheid zowel voor de ontwikkelde als de ontwikkelingslanden. Nagenoeg alle landen met besparingen tot boven 90% van het BBP hebben een lage rente, onder 5%. Alle landen met een rente van meer dan 5% voor een lening met een looptijd van een jaar hebben besparingen van minder dan 90% van het BBP. Het is deze hoge nominale rente die investeringen afschrikt.

Landen met de hoogste vruchtbaarheid hebben de laagste besparingen, de hoogste rente en de laagste investeringen. Dat maakt het moeilijk om een ontwikkelingsproces van de grond te trekken. Maar hopeloos hoeft de situatie niet te blijven. Landen die er in slagen het kindertal tot onder drie te laten dalen, zien hun besparingen het snelst toenemen. Dat is goed nieuws voor landen als Argentinië, Mexico en zeker voor Egypte. Als de vruchtbaarheid in Egypte in het hetzelfde tempo blijft dalen als in de afgelopen 10 jaar, dan kunnen de besparingen de komende 20 jaar oplopen tot 60% van het BBP, terwijl de rente kan halveren.

Landen als Egypte, Pakistan en Kenya worden dan geleidelijk minder afhankelijk van buitenlandse leningen. De binnenlandse groei kan versnellen dankzij binnenlandse leningen al dan niet aangevuld met buitenlandse. Voor landen als Nigeria en Angola ziet het er allemaal een stuk minder goed uit. Ze hebben een vruchtbaarheidscijfer van vijf.

Landen die hun vruchtbaarheid weten terug te dringen zullen ook nog eens een demografisch dividend genieten. Een lager kindertal betekent ook dat er verhoudingsgewijs meer volwassenen zijn die aan het arbeidsproces deelnemen. Dat dividend verdwijnt als het aantal gepensioneerden gaat stijgen.

Stijgende besparingen in Opkomende Landen kunnen de rente in de wereld laag houden. Tot dusverre werd aangenomen dat de pensionering van de babyboomers in de westerse landen de rente omhoog zou gaan duwen. Deze brede generatie staat dan immers aan de vooravond van massale ontsparingen. Ze gaan hun pensioen opeten. Dat zal waarschijnlijk niet het geval blijken. Opkomende Landen hebben hun eigen babyboomgeneratie die ongeveer 25 jaar jonger is en juist deze generatief gaat nu fors sparen. Onderzoek leert dat spaarpatronen in ontwikkelde en ontwikkelingslanden dezelfde zijn. Besparingen pieken in de leeftijdsklasse eind veertig en vijftig. Daarna beginnen besparingen terug te lopen.

Onderzoek laat ook nog eens zien, dat de Aziaat gemiddeld meer spaart dan zijn westerse tegenvoeter. De Aziatische bevolking heeft graag een appeltje voor de dorst en is gemiddeld jonger. Het resultaat is dat ongeveer 30% van het inkomen gespaard wordt tegen 6% – 7% in het Westen. Gelet op de bevolkingsopbouw kunnen die besparingen nog verder oplopen en pieken rond 2040. Daardoor zal de gevreesde daling van de wereldwijde daling van besparingen niet plaats vinden. Er zal eerder nog meer gespaard worden en dat heeft consequenties voor de rente. Die gaat verder omlaag.

Cor Wijtvliet

Dit bericht delen
Share on facebook
Facebook
Share on twitter
Twitter
Share on linkedin
LinkedIn
Share on whatsapp
WhatsApp
Share on email
Email

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *