Een blik op de afgelopen elf jaar op de aandelenmarkten toont interessante verschillen tussen de Verenigde Staten (VS) en de rest van de wereld. In maart 2009 bereikte de beurs een dieptepunt na de financiële crisis. Sindsdien stijgen de koersen weer. Niet in een rechte lijn , maar met de gebruikelijke schommelingen. Dit jaar viert de huidige bullmarkt zijn tiende verjaardag. Qua geschiedenis is dit al een oude “stier”.

 

Aandelenmarkten sinds 2009
Aandelenmarkten sinds 2009

In de loop van de lange bullmarkt is een opvallende afwijking te constateren (zie grafiek). Gemeten aan het begin van 2008, zelfs vóór de Grote Crisis, hebben Amerikaanse aandelen alle verliezen goedgemaakt na een daling van meer dan 50% en zijn ze ondertussen verdubbeld. Niet-Amerikaanse aandelen daarentegen zijn nog steeds onder het niveau van januari 2008.

Thomas Bucher, DWS’s aandelenstrateeg, verklaart deze discrepantie met de aanzienlijk sterkere winstgroei van de Amerikaanse bedrijven. Dit komt niet in de laatste plaats door de vroege focus op aandeelhouderswaarde. De samenstelling van de industrie heeft ook de Amerikaanse aandelenmarkt geholpen: de Amerikaanse indices zijn meer vertegenwoordigd in de dienstensector, met name digitale technologiebedrijven, dan bijvoorbeeld in Europese aandelenindices.

Hebben beleggers al meer dan tien jaar niets verdiend in Europese aandelen? Nee. Enerzijds toont de grafiek de ontwikkeling vanuit het perspectief van de Amerikaanse dollar. In vergelijking met de euro is de greenback sinds begin 2008 met meer dan 30% gestegen. Dienovereenkomstig overtroffen niet-Amerikaanse aandelen deze 30% in euro’s. Bovendien zijn dividenden buiten beschouwing gelaten. Deze waren bijvoorbeeld overvloediger in Europa dan in de VS. Daar geven bedrijven graag hun geld over aandeleninkoop aan de aandeelhouders. Dit distributiecomponent is dus zichtbaar in de prijzen, in tegenstelling tot de dividenden.

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *