Na de crisis in 2008/2009 hebben centrale banken de beleidsrente snel verlaagd naar ongeveer 0%. Sinds enkele maanden moeten banken zelfs betalen als ze geld bij de ECB willen stallen. Om de rente op langere obligaties sneller te laten dalen kopen centrale banken sinds enige tijd obligaties. Na de Engelse keuze voor Brexit hebben beleggers de veilige haven van staatsobligaties opgezocht. Daardoor is de rente op 10-jaars Nederlandse staatsobligaties eind september zelfs gedaald tot een dieptepunt van -0,03%.

Rentedaling leidt tot recordkoersen

Door de rentedaling zijn obligatiekoersen gestegen tot recordhoogte. De koers van een obligatie is omgekeerd gekoppeld aan de rentebeweging. Een obligatie heeft namelijk normaal gesproken een vaste couponrente. Als de rente van alternatieven daalt, wordt de vaste rente van de bestaande obligaties aantrekkelijker. Omdat het verschil gedurende de looptijd van de obligaties geldt, is de looptijd ook van belang voor de koersverandering.

Koersbeweging obligaties ≈ – Rentebeweging * Looptijd

De laatste weken is de rente gestegen

De afgelopen weken is de rente weer iets gestegen en zijn de koersen van obligaties gedaald. Het rendement op de Nederlandse staatsobligatie met een looptijd van 10 jaar bedroeg deze week 0,3%. Marktpartijen zoeken de verklaring voor de rentestijging in het mogelijk afbouwen van de steunmaatregelen van de ECB. Daarnaast lijkt de Amerikaanse centrale bank (FED) de rente te verhogen nog voor het einde van 2016. Verder wordt gewezen op de stijging van de inflatie en de rente in Engeland. De Engelse rente is in korte tijd gestegen boven 1%. De belangrijke vraag is: wat gaat de rente doen?

Lage inflatie houdt verdere rentestijging tegen

Wij verwachten dat de rente niet veel verder zal stijgen. De inflatie is en blijft voorlopig laag. De economische groei is een belangrijke aanjager van inflatie. De economische groei wordt gedrukt door de afbouw van schulden. Op korte termijn is deze afbouw noodzakelijk. Op langere termijn leidt minder bevolkingsgroei tot lagere economische groei. Andere drijvende krachten achter de inflatie zijn loonkosten, grondstofkosten en financieringslasten.

De stijging van de loonkosten wordt geremd door steeds verdere automatisering. De grondstofkosten zijn scherp gedaald, met olie als grootste voorbeeld. De officiële inflatiecijfers zullen overigens wel iets toenemen omdat de daling van de olieprijs uit de jaarcijfers loopt. Verder is de euro in waarde gedaald ten opzichte van andere munten. Hierdoor stijgt de prijs van import. De inflatie die hierdoor ontstaan is echter niet waarnaar we op zoek zijn.

Bij een lage rente blijven koersen van obligaties hoog. Hierdoor is er weinig risico’s op grote koersdalingen. Het verwachte rendement blijft echter ook laag. Om een aantrekkelijk rendement te behalen, is het noodzakelijk om risico te nemen.

Loege Schilder

Care IS vermogensbeheer  

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *